Het Geheimzinnige Eiland (geïllustreerd): De Luchtschipbreukelingen, De Verlatene by Jules Verne

Het Geheimzinnige Eiland (geïllustreerd): De Luchtschipbreukelingen, De Verlatene

byJules Verne

Kobo ebook | November 18, 2015 | Dutch

Pricing and Purchase Info

$1.32

Available for download

Not available in stores

about

"Stijgen wij!"

"Neen! Integendeel! Wij dalen!"

"En erger dan dat, mijnheer Cyrus! Wij vallen!"

"Werp dan in 's hemels naam allen ballast over boord!"

"Daar gaat de laatste zak!"

"Stijgt de ballon thans?"

"Neen!"

"Het is of ik het klotsen der golven hoor."

"De zee is onder het schuitje!"

"Zij is hoogstens vijf honderd voet beneden ons!"

Daarop doorkliefde een krachtige stem de lucht met de woorden:

"Alles wat gewicht heeft over boord!.... alles! werp alles over boord
en Gode bevolen!"

Dit was het bevel dat gegeven werd boven de onmetelijke uitgestrektheid
der Stille Zee, tegen vier uur in den avond van den 23sten Maart 1865.

Ieder herinnert zich zeker nog den vreeselijken storm, die uit het
noordoosten woei bij de dag- en nachtevening van dat jaar, terwijl
de barometer zevenhonderd en tien millimeter daalde. Het was een
orkaan zonder tusschenpoozen, die van den 18den tot den 26sten
Maart duurde. Vreeselijk waren de verwoestingen die hij aanrichtte
in Amerika, Europa en Azië over een streek van achttienhonderd
mijlen breedte, die zich schuin over de evennachtslijn uitstrekte,
van de vijfendertigste noordelijke, tot de veertigste zuidelijke
parallel! Geheele steden werden omvergeworpen; wouden ontworteld;
oevers door bergen van water verwoest, opgezweept als bij het hoogste
springtij; schepen op de kust geslingerd, die door het _Bureau
Veritas_ bij honderden werden aangeteekend; gansche landen werden
gelijk gemaakt door de hoozen, die alles op haar weg verbrijzelden:
duizenden menschen vielen verpletterd ter aarde of werden door de
zee verzwolgen: dit waren de slachtoffers van de woede, waarvan deze
orkaan de geduchte sporen achterliet. De rampen overtroffen verre die,
welke op zoo schrikbarende wijze Havanna en Guadeloupe verwoestten,
de eene den 25sten October 1810 en de andere 26 Juli 1825. Maar op
hetzelfde oogenblik dat deze onheilen op aarde en op zee voorvielen,
was de lucht het tooneel van een niet minder schrikwekkend schouwspel.

Een ballon, als een bal op den top van een hoos, en in de draaiende
beweging van de luchtzuil medegesleept, doorkliefde de ruimte met een
snelheid van negentig mijlen in het uur, om zijne as rondwentelende
alsof hij door een draaikolk in de lucht was gegrepen.

Onder den ballon werd het schuitje heen en weder gezweept met zijn
vijf reizigers, die ternauwernood zichtbaar waren te midden van de
dichte dampen, vermengd met het schuim, dat van de oppervlakte der zee
zich verhief. Van waar kwam die luchtballon, thans een speelbal van den
vreeselijken storm? In welk gedeelte der wereld was hij opgegaan? Zeker
had hij niet gedurende den orkaan kunnen opstijgen. Nochthans de
orkaan woedde reeds vijf dagen, en de eerste verschijnselen hadden
zich den 18den voorgedaan. Men moest hieruit dus wel opmaken, dat
die ballon van zeer verre kwam, want hij had toch niet minder dan
twee duizend mijlen in de vierentwintig uur moeten afleggen?

In elk geval hadden de reizigers geen enkel middel tot hun beschikking
om den weg, dien zij sedert hun vertrek hadden afgelegd, te schatten,
daar zij niets tot maatstaf bezaten. Zelfs deed het zonderlinge
geval zich voor, dat toen zij in het hevigst van den storm waren,
zij er niets van gevoelden. Ook werd hun het gezicht benomen door den
zwaren mist, die zich onder het schuitje samenpakte. Om hen heen was
niets dan nevel en damp, en de wolken waren zelfs zoo ondoorschijnend,
dat zij bijna niet konden gewaar worden of het nacht of dag was.

Geen enkele lichtstraal, geen enkel teeken van leven uit de bewoonde
wereld, noch het klotsen der golven van den Oceaan konden hen in die
onmetelijke duisternis bereiken, zoolang zij in die hooge luchtstreek
waren. Slechts hun plotselinge daling had hen bekend gemaakt met het
gevaar dat zij boven de golven dreven.

Maar zoodra de ballon vrij was van alle zware voorwerpen, zoo als
ammunitie, wapenen en levensmiddelen, was hij terstond gestegen
in hoogere luchtlagen tot een hoogte van vier duizend vijf honderd
voet. De reizigers hadden, zoodra zij bemerkten dat de zee onder hun
schuitje was, en zij het minder gevaarlijk in de hoogte dan wel in de
laagte achtten, niet geaarzeld alle voorwerpen, zelfs de onmisbaarste,
over boord te werpen, want hun eenigste zorg was niets te verliezen
van die vloeistof, de ziel van hun toestel, die hen boven den afgrond
hield.

De nacht ging onder de vreeselijkste angsten voorbij en zeker zou
hij voor minder krachtige mannen doodelijk zijn geweest. Eindelijk
brak de dag aan, en met den dag, was het of de orkaan in hevigheid
was afgenomen. Reeds bij het begin van den 27sten Maart waren er
eenige voorteekenen van kalmte te bespeuren. Bij het aanbreken van
den dageraad waren de wolken lichter geworden en weder naar hoogere
luchtstreek gestegen, en binnen eenig uren was de hoos geëindigd en
brak de zon door.

Op dit oogenblik wierpen de reizigers de laatste voorwerpen, die
het schuitje bezwaarden, in zee, zelfs de weinige nog overgebleven
levensmiddelen, en een van hen had zich opgeheschen naar den ring waar
alle touwen bijeenkwamen, om het schuitje vaster aan den binnensten
toestel van den ballon te hechten.

Blijkbaar konden zij den ballon niet meer in de hooge luchtstreek
houden en ontbrak het hun aan gas!

Zij waren dus verloren!

Inderdaad bevonden zij zich noch boven het vasteland, noch boven een
eiland. Op die geheele uitgestrektheid was geen enkel stuk grond,
zelfs geen zandbank te bespeuren, of eenige harde oppervlakte waar
zij hun anker konden laten vallen.

Toch moesten zij dalen, want zij konden niet verhinderen, dat het
gas door een opening in den toestel ontsnapte; zoo, vóór dat de nacht
inviel, geen land te zien was, zouden de luchtreizigers, het schuitje
en de ballon ongetwijfeld door de golven verzwolgen zijn.

Het eenige wat hun nog te doen stond, werd door hen gedaan.

Zeker is het dat de reizigers moedige mannen waren, die den dood in
het aangezicht durfden zien. Geen klacht kwam over hun lippen. Zij
waren besloten tot het laatste oogenblik te strijden, alles te doen
om hun val te vertragen.

Het schuitje bestond slechts uit een mand van teenen gevlochten,
volstrekt niet in staat te drijven, en er was geen mogelijkheid om
het op de oppervlakte der zee te houden, wanneer het viel.

Tegen twee uur was de ballon nauwelijks vier honderd voet van de
golven verwijderd.

Op dat oogenblik klonk een stentor-stem, waaruit niet de minste angst
sprak. En zijn woorden werden op even krachtigen toon beantwoord.

"Is alles er uit geworpen?"

"Neen! Er zijn nog tweeduizend dollars goud geld!" Terstond daarop
werd een zware zak door de golven verzwolgen.

"Stijgt de ballon?"

"Een weinig; maar hij zal spoedig weer dalen!"

"Wat is er nog over, dat uitgeworpen kan worden?"

"Niets!"

"Toch wel!.... De schuit!"

"Laten wij ons aan het net vasthouden! En werpt de schuit in zee!"

Dit was inderdaad het eenige en laatste middel om den ballon lichter
te maken.

De touwen, die het schuitje aan den ballon bevestigden, werden
losgesneden en plotseling steeg hij twee duizend voet.

De vijf reizigers hadden zich in het net geheschen en staarden in
den afgrond.

De stijging door het lossnijden van de schuit veroorzaakte duurde
slechts een zeer korten tijd, want al spoedig begon de ballon, door
het ontsnappen van het gas, weder te dalen.

De reizigers hadden alles gedaan wat zij doen konden, en hun restte
nu niets anders dan zich aan God over te geven.

Ten vier ure was de ballon gedaald tot vijfhonderd voet boven de
oppervlakte der zee.

Eensklaps begon de hond, die zich naast zijn meester in het net had
gewrongen, te blaffen.

"Top heeft iets gezien!" riep een der luchtvaarders uit. Daarop klonk
onmiddellijk een krachtige stem over de uitgestrekte wateren:

"Land! Land!"

De ballon werd door den wind altijd in een zuidwestelijke richting
gedreven en had sedert het opkomen van de zon een aanmerkelijken
afstand afgelegd; inderdaad zag men nu in die richting een vrij hoog
land. Maar het was nog dertig mijlen onder den wind. Een uur zou er
noodig zijn om het te bereiken, zoo men tenminste niet afdreef. Een
uur! Zou de ballon in dien tijd niet al zijn gas verloren hebben?

Maar, weldra was het duidelijk dat de ballon niet verder kon.

Hij scheerde de oppervlakte der zee. Reeds bereikte het schuim der
golven het onderste gedeelte van het net; hij ging hoe langer zoo
langzamer en weldra kon hij zich bijna niet meer oprichten en was een
aangeschoten vogel gelijk. Een half uur later was het land nog maar op
een mijl afstand, maar de ballon was nagenoeg ledig, slap, vol plooien
en slechts in het bovenste gedeelte was er nog gas aanwezig. Zelfs de
reizigers, die aan het net hingen, waren te zwaar, en spoedig half in
zee gedompeld moesten zij met de woedende golven strijden. Er kwam een
deuk in den ballon, de wind drong er binnen en blies hem voorwaarts
als een schip, dat den wind achter heeft. Misschien zouden zij op
deze wijze de kust nog bereiken! Zij waren geen twee kabel-lengten er
van verwijderd, toen een doordringende kreet de lucht doorkliefde. De
ballon, die zich niet meer scheen te kunnen opheffen, kreeg plotseling
een onverwachten schok, nadat een krachtige golf hem had getroffen. Het
was alsof hij weder van een zwaren last ontheven was en hij steeg tot
een hoogte van vijftienhonderd voet. Twee minuten later viel hij op
het zand der kust, buiten het bereik der golven. De reizigers maakten
elkaar los uit de mazen van het net. De ballon, bevrijd van zijn last
werd door den wind opgenomen en als een gewonde vogel, die nog een
oogenblik zijn krachten voelt herleven, verdween hij in het luchtruim.

Het schuitje had vijf passagiers gehad met een hond, en de ballon
wierp er slechts vier op de kust. De reiziger, die ontbrak, was
zeker door dien golfslag verzwolgen en hierdoor was de zware ballon
in staat geweest voor de laatste maal te stijgen, en daarop, eenige
oogenblikken later, het land te bereiken.

Nauwelijks hadden de vier schipbreukelingen, zooals men hen noemen kan,
voet aan wal gezet, of allen, aan den afwezige denkende, riepen ze uit:

"Misschien tracht hij met zwemmen de kust te bereiken! Laten wij
hem redden!"

 


II.

    Eene gebeurtenis uit den burgeroorlog.--De ingenieur Cyrus
    Smith.--Gideon Spilett.--De neger Nab.--De zeeman Pencroff.--De
    jonge Harbert.--Een onverwacht voorstel.--Samenkomst ten tien
    ure.--Vertrek in den storm.


Het waren noch luchtreizigers van beroep, noch liefhebbers van
luchtreizen die de orkaan op de kust had geworpen. Het waren
krijgsgevangenen, die door hunne vermetelheid gedreven waren, om
onder de zonderlingste omstandigheden te ontvluchten. Honderd maal
hadden zij moeten sterven! Honderd maal was hun ballon gescheurd en
hadden zij in den afgrond moeten zinken! Maar de hemel had hen tot een
bijzonder lot bestemd, en den 20sten Maart nadat zij Richmond ontvlucht
waren, dat door de troepen van generaal Ulysses Grant belegerd werd,
bevonden zij zich zeven duizend mijlen van de hoofdstad van Virginia
verwijderd, de voornaamste vesting der zuidelijken uit den tijd van den
amerikaanschen burgeroorlog. Hunne luchtreis had vijf dagen geduurd.

Ziehier onder welke zonderlinge omstandigheden de ontvluchting
der gevangenen plaats had--eene ontvluchting die uitliep op de
gebeurtenissen, welke wij zooeven medegedeeld hebben.

Datzelfde jaar, in de maand Februari 1865, beproefde generaal Grant
zich door overrompeling van Richmond meester te maken, maar het gelukte
hem niet en vele officieren vielen in handen der vijanden en werden
binnen de stad geïnterneerd. Een der aanzienlijksten van hen en die
tot den staf der noordelijken behoorde, was Cyrus Smith.

Cyrus Smith, geboren in Massachussets, was ingenieur, een der kundigste
mannen waaraan de regeering der Vereenigde Staten gedurende den oorlog
het opzicht over de spoorwegen had toevertrouwd, die toen in den
oorlog van zoo onberekenbaar gewicht waren. Hij was het type van een
Noord-Amerikaan, mager, lang en beenderig, ongeveer vijf en veertig
jaar oud, en zijn kort geschoren hoofdhaar en baard begonnen reeds
een grijze tint te vertoonen. Hij had een kop die bestemd scheen om op
munten afgebeeld te worden met vurige oogen en ernstigen mond, en zijn
geheele voorkomen was dat van een man doorkneed in de krijgskundige
wetenschappen. Hij behoorde tot de ingenieurs, welke wilden beginnen
met het hanteeren van hamer en houweel, gelijk die generaals, welke
als gemeen soldaat hunne loopbaan aanvangen. Aan scherpzinnigheid
van geest paarde hij een ongewone vaardigheid der hand. Zijn spieren
droegen de duidelijkste teekenen van veerkracht. Een man die zoowel
tot handelen als tot denken in staat was; die door den invloed eener
groote levenskracht zonder inspanning handelde, daar hij tevens die
taaie volharding bezat, welke allen tegenspoed tart. Geleerd, practisch
en tevens scherpzinnig, had hij een uitstekend karakter, want hoewel
hij steeds meester over zich zelf bleef, welke omstandigheden zich
ook voordeden, kwam hij zeer stipt deze drie voorwaarden na, die te
zamen den energieken man vormen: werkzaamheid naar geest en lichaam;
streven naar het hoogste doel; wilskracht. Zijn zinspreuk kon die
van den stadhouder Willem III wezen. "Ik behoef niet te hopen om te
ondernemen, noch te slagen om te volharden." Tevens was Cyrus Smith
de verpersoonlijkte moed. Hij had alle veldslagen in den burgeroorlog
mede gemaakt.

Hij was begonnen met te dienen onder Ulysses Grant bij de
vrijwilligers van Illinois; hij had gestreden bij Paducah, Belmont,
Pittsburg-Landing, bij de belegering van Corinthe, bij Port Gibson,
de Zwarte Rivier, Ghattanooga, Wilderness en ook op den Potomak
had hij zijn hulp verleend; overal had hij dapper gestreden, als
een soldaat, den generaal waardig, die zeide: "Ik tel mijne dooden
niet!" En honderdmaal had Cyrus Smith behoord onder hen, die door
generaal Grant niet geteld werden, maar in die veldslagen nam hij zich
nooit in acht; het lot was hem steeds gunstig tot op het oogenblik
dat hij gewond werd en bij den slag van Richmond gevangen werd genomen.

Title:Het Geheimzinnige Eiland (geïllustreerd): De Luchtschipbreukelingen, De VerlateneFormat:Kobo ebookPublished:November 18, 2015Publisher:Consumer Oriented Ebooks PublisherLanguage:Dutch

The following ISBNs are associated with this title:

ISBN:9990051230031

Look for similar items by category:

Customer Reviews of Het Geheimzinnige Eiland (geïllustreerd): De Luchtschipbreukelingen, De Verlatene

Reviews